Volksgezondheid als bijzaak

hoe de asbestcrisis in Noord‑Scharwoude werd ingekapseld door politiek, framing en gebrek aan transparantie

De asbestnasleep van de nieuwjaarsbrand in Noord‑Scharwoude laat iets zien dat groter is dan één incident. Dit dossier toont een patroon: bestuurlijke reflexen die niet draaien om maximale openheid en maximale voorzorg, maar om beheersing van beeldvorming, politieke positionering en het neutraliseren van kritische vragen. In een zaak waar de inzet letterlijk volksgezondheid is, is dat onacceptabel.

Dit artikel beschrijft op basis van de documenten en berichtgeving die beschikbaar zijn hoe het college en betrokken diensten omgingen met de zorgen van bewoners, de rol van een onafhankelijk expert, en hoe debat- en communicatietechnieken werden ingezet om kritische burgers op een zijspoor te zetten. Het is een confronterende tekst omdat de feiten hard genoeg zijn.

De kern: volksgezondheid is geen communicatiestrategie

Bij asbest geldt één basale regel: je handelt alsof het ernstig is, totdat overtuigend het tegendeel is aangetoond. Niet omdat paniek verstandig is, maar omdat onderschatting onomkeerbare gevolgen kan hebben. Asbest is geen “meningsverschil”: het is een erkend gezondheidsrisico en de schade openbaart zich vaak pas decennia later.

Juist daarom is het pijnlijk om te zien hoe in dit dossier steeds weer de neiging zichtbaar wordt om het gesprek te versmallen tot “de rust bewaren”, “geen onnodige onrust”, “geen ruis”, “geen verkeerde informatie”. Dat zijn framing-woorden. Want rust is geen doel op zichzelf. Het doel zou moeten zijn: Schoon, veilig, controleerbaar en transparant.

Wat er aantoonbaar ligt: een groot onderzoeksgebied met “niet-hechtgebonden” brandrestanten (SGS V1)

In het SGS-rapport 24.26.00026 V1 (datum rapport 05‑01‑2026) staat zwart op wit:

  • Aanleiding/doel: inzicht in verspreidingsgebied na brand, om sanering mogelijk te maken.
  • Reikwijdte: percelen, wegen, maaivelden, vegetatie in directe omgeving; meerdere straten genoemd.
  • Er is één bron opgenomen: “Restanten golfplaat” nabij de brandhaard.
  • Cruciaal: “Aard van materiaal: Niet hechtgebonden”.
  • Locaties: o.a. “op daken / op auto daken” en in openbare ruimte.
  • Afmeting: 41.340 m².
  • Advies: saneren op korte termijn; tot die tijd niet betreden zonder PBM; risicoklasse 2.

Dit is niet “een mening”. Dit is een inventarisatie die bedoeld is om sanering te onderbouwen. Als een rapport zélf het materiaal als niet‑hechtgebonden kwalificeert, dan hoort daar een bijpassende bestuurlijke houding bij: maximale voorzichtigheid, maximale afscherming, maximale communicatie.

Rapporten die onder druk worden “omgebogen”

De publieke discussie escaleerde niet omdat burgers “ruis” maakten. Die escaleerde omdat er een fundamenteel vertrouwenstuk ontstond: aanpassingen in rapportage en terminologie, en vooral de vraag waarom.

In de berichtgeving rond SGS staat dat er een wijziging plaatsvond in hoe de verontreiniging in SMA-rt werd ingevoerd, waardoor de duiding richting hechtgebonden ging. In het artikel van NHD (22‑1‑2026) wordt die wijziging door de asbestdeskundige Ton Witteman zwaar bekritiseerd. Hij stelt onder meer dat bij brand juist niet‑hechtgebonden scenario’s logisch zijn, en dat het veranderen van conclusie/duiding zonder stevige motivatie “schandalig” is. In datzelfde artikel geeft SGS een verklaring: de labbeoordeling zou hechtgebonden zijn, terwijl de SMA‑rt-keuze in versie 1 “brandrestanten en flinters” automatisch “niet‑hechtgebonden” zou tonen; na vragen van de Omgevingsdienst is de invoer aangepast naar “stukjes en brokjes”.

Los van wie er “gelijk” heeft over terminologie, is de bestuurlijke vraag vernietigend eenvoudig:

  • Waarom ontstaat er überhaupt een situatie waarin een externe dienst (Omgevingsdienst/autoriteiten) druk uitoefent op de manier waarop een gecertificeerd rapport tot stand komt of wordt gepresenteerd?
  • Waarom wordt zo’n wijziging niet volledig transparant, inclusief onderbouwing, versieverschillen en afwegingen, direct publiek gemaakt?


Als volksgezondheid centraal staat, dan verberg je niets, dan verhelder je alles.

De onafhankelijke expert wordt als “ruis” weggezet

De rol van Ton Witteman is in de berichtgeving opvallend. In het artikel van Streekstad Centraal (23‑1‑2026) staat:

  • Witteman nam 10 stukjes brandresten mee; in 1 stukje zaten asbestvezels (met kanttekening).
  • Hij blijft kritisch op het proces en de aanpassingen in het SGS‑rapport.
  • De gemeente reageert richting NH Nieuws: “Wij vinden dat de heer Witteman inwoners op het verkeerde been zet” en: “Ook is er geen officieel rapport overlegd waar we op kunnen reageren.”


Dit is bestuurlijk een klassieker: je ontkracht de boodschapper door twijfel te zaaien over diens vorm (“geen officieel rapport”), terwijl de inhoudelijke zorgen blijven staan: verspreiding, daken/dakgoten, saneringstempo, evaluatie van het verspreidingsgebied, en vooral de vraag of bewoners op enig moment door zelf opruimen extra risico liepen.

Een onafhankelijk expert “ruis” noemen is geen neutrale handeling. Het is een poging om de urgentie te dempen, het debat te sturen en vooral: het gesprek weg te trekken van controleerbare inhoud naar een strijd over toon en legitimiteit.

Politieke spelletjes boven volksgezondheid: het schaakbord rond een asbestdossier

In een gezonde democratie is politieke controle op een college juist bij crises essentieel. In dit dossier wordt die noodzakelijke controle echter zichtbaar als speelveld: partijen positioneren zich, anderen minimaliseren, en ondertussen blijven bewoners zitten met onzekerheid.

Dat patroon zie je terug in het feit dat een spoeddebat opnieuw moest worden aangevraagd “op basis van nieuwe alarmerende bevindingen van een onafhankelijk asbestdeskundige” (RTV Dijk en Waard). Het spoeddebat gaat dan niet alleen over sanering; het gaat ook over:

  • reikwijdte van onderzoeksgebied
  • mogelijke aanpassingen in rapportages en besluitvorming
  • rol van gemeente en omgevingsdienst in communicatie met bewoners
  • borging van gezondheid op langere termijn


Dat zijn exact de vragen die je als gemeente zélf proactief had moeten beantwoorden. Het feit dat een raadslid dit opnieuw op tafel moet leggen, zegt genoeg: transparantie komt niet vanzelf; ze moet worden afgedwongen.

En daar ligt de politieke kern: volksgezondheid wordt een schaakstuk. Niet omdat iedereen bewust “kwaad” is, maar omdat in de praktijk het college en partijen vaak eerst denken in:

  • “rust bewaren”
  • “schade beperken” (imago/juridisch)
  • “regie houden”
  • “incident managen” en pas daarna in: “maximale openheid” en “maximale voorzorg”.

Voor bewoners is die volgorde dodelijk cynisch.

Debattechnieken tegen kritische burgers: zijspoor, framing en slachtofferschap

Wie het publieke debat en de lokale Facebookgroepen rond dit dossier volgt, ziet een herkenbare set technieken die je overal ziet waar bestuur onder druk staat:

  • Zijspoor/distraction: niet in gaan op de kernvraag (transparantie, versieverschillen, saneringskeuzes), maar het gesprek verplaatsen naar procedurele details of personen.
  • Framing als onruststokerij: kritische burgers of experts impliciet neerzetten als veroorzakers van “onrust” in plaats van als signaalgevers.
  • Tone policing: niet reageren op inhoud, maar op toon (“u zet mensen op het verkeerde been”, “u maakt ruis”).
  • Slachtofferframe: alsof bestuurders/politici het “moeten ontgelden” terwijl de kern gaat over bewoners die met risico’s leven.


Dit is geen complottheorie, dit is communicatiepolitiek. Het gevolg is wel concreet: burgers worden moe, afhaken, of gaan elkaar bevechten in plaats van het college te blijven bevragen. Daarmee verdwijnt de druk om alles op tafel te leggen.

Dagelijkse updates zijn geen openbaarheid of transparantie

De gemeente verwijst in berichtgeving naar “dagelijkse updates” over de brand en sanering. Maar updates zijn communicatie; transparantie is controleerbaarheid. Transparantie betekent dat inwoners en raad kunnen toetsen:

  • Welke meetstrategie is gekozen en waarom?
  • Welke definities zijn gebruikt (hechtgebonden/niet‑hechtgebonden) en hoe consistent?
  • Welke rapportversies bestaan er, wat is gewijzigd, door wie, op verzoek waarvan, en met welke onderbouwing?
  • Welke risico-afwegingen zijn gemaakt (bijv. wel/geen evacuatie, tempo sanering, afzetting)?
  • Welke instructies zijn aan bewoners gegeven (wel/niet opruimen) en hoe is dat vastgelegd?


Zonder die toetsbaarheid blijft het bij “u moet ons maar geloven”.

Conclusie: dit dossier vraagt geen rust, maar radicale openheid

De asbestcrisis in Noord‑Scharwoude laat zien wat er misgaat als bestuur reflexmatig kiest voor beheersing van het verhaal in plaats van beheersing van het risico. De feiten uit de beschikbare stukken zijn voldoende om ten minste dit te zeggen:

  • Er is een groot gebied in kaart gebracht met asbesthoudende brandrestanten; in SGS V1 staat expliciet “niet‑hechtgebonden” in een context van brandrestanten/flinters, met saneringsadvies en PBM‑waarschuwing.
  • Er ontstond maatschappelijke onrust mede door wijzigingen in duiding/rapportage en het gebrek aan transparante, proactieve uitleg daarover.
  • Een onafhankelijk expert die inhoudelijke kritiek uit, wordt door het college geframed als iemand die inwoners “op het verkeerde been zet” en als bron van onrust, terwijl de inhoudelijke vragen blijven liggen.
  • Politieke controle moest via spoeddebatten worden afgedwongen, in plaats van dat het college zelf volledig open kaart speelde.


Volksgezondheid is geen schaakstuk. Niet tussen partijen. Niet tussen gemeente en omgevingsdienst. Niet tussen “rust” en “onrust”. Volksgezondheid is de ondergrens waar bestuur niet onder mag zakken.

Het asbestregister

Het is opvallend dat het nergens vermeld wordt maar bewoners die mogelijk zijn blootgesteld of in het betrokken gebied wonen, doen er verstandig aan om zich te registreren in het Asbestregister. Via Asbestregister kun je je gegevens vastleggen (zoals locatie en periode), zodat er indien nodig later beter kan worden teruggezocht wie waar woonde en welke informatie is gedeeld. Ook als je nu geen klachten hebt, kan registratie helpen voor overzicht, opvolging en eventuele toekomstige vragen van zorgverleners of instanties.

Oproep aan gemeente Dijk en Waard

Als we dit dossier serieus nemen, zijn er maar een paar redelijke eisen:

  1. Publiceer alle rapportversies (incl. verschillenoverzicht) en alle relevante correspondentie over aanpassingen/duiding.
  2. Leg publiek uit welke definities en meet-/saneringskeuzes zijn gemaakt, en waarom.
  3. Stop met framing van kritische burgers en onafhankelijke experts als “ruis”. Reageer inhoudelijk.
  4. Maak de risico-afwegingen toetsbaar: wat wist men wanneer, en welke keuze volgde daarop?
  5. Zet volksgezondheid aantoonbaar op 1: worst-case aanpak totdat het tegendeel vaststaat.


Als de gemeente werkelijk “alles doet om de buurt weer schoon te krijgen”, dan is volledige openheid geen risico. Dan is het de logische eerste stap.